She’s back!

Tevreden lachende blonde Corina met dikke zwarte bril en kleurige kleding tegen een muur van roze en mostergeel met een dikke felroze streep in het midden

Ik ben terug. Na maanden van rondjes lopen in mijn eigen hoofd, pillen, therapie en een geknakte rug, kan ik eindelijk weer ademhalen. Met dank aan het team van professionals en vrienden plus familie die me geholpen hebben de chaos te kanaliseren. Nu mijn verhaal, niet al te lang. Ik ben immers een boek aan het schrijven.

Mijn omslagpunt

Allereerst: de term burn-out is stom. Het leek mij een modeverschijnsel en iets wat mij nooit zou overkomen. Dat was alleen voor aanstellers, mensen die niet kunnen doorzetten (sorry, mede-opgebranden). Tot ik in februari dit jaar mijn jaarlijkse bijpraat-dag had met een oude vriendin, die psycholoog is. Ik vertelde haar over mijn slapeloosheid en zij zag mijn extreme vergeetachtigheid. Ik citeer mezelf: “Ja, ik weet wat ik voor lunch wil. Hoe heet ook alweer zo’n balletje, zo’n vegetarisch ding?” En ik zei dat ik twijfelde over mijn werk, dat ik me niet kon concentreren, mijn motivatie verloren leek. Moest ik nou ontslag nemen of het nog zes maanden uitzingen? Zij, droogjes: “Je hebt nog een derde optie, hè?” Ik had geen idee. Ze stelde voor dat ik me ziek zou melden, voordat ik jaren van de arbeidsmarkt af zou liggen.

Het idee alleen al zorgde ervoor dat ik me voelde als een spijbelend kind. Opgewonden en schuldig tegelijk. Omdat ik haar vertrouwde, deed ik het. En o, o, wat was het kut. Ik dacht fijn lekker thuis te zitten en te ontspannen. Dat foto-album van mijn promotie eindelijk te maken. Literatuur lezen. Nee, dus. Zes maanden van dikke ellende, sprankjes hoop en weer dikke ellende volgden.  Maar net plaatste ik dit op Twitter:

Een mijlpaal! Na dik een half jaar burnouten en mijn kont eraf werken om te ontspannen (hmmm), ben ik vandaag kalmpjes de 20.000-woordengrens van mijn non-fictieboek gepasseerd. @Lytje en @HarperCollinsHL, bedankt voor jullie eindeloze geduld. <3 #vrouwschrijftboek

En ik dacht, ik ben er weer! Ik voel me zo veel beter en optimistischer — al doet die rug nog steeds zeer en weet ik vrij zeker dat ik volgende week en de maand erop best nog eens een keer figuurlijk ergens huilend in een hoekje zit. De ellende van werk is gelukkig definitief door de gehaktmolen gedraaid. Daar ga ik ook niet over vertellen nu, dat komt later. Dit is een positief stuk.

Hoe ik beter werd

De grootste veranderingen werden ingezet door een combinatie van medicatie (ook nooit aan gedacht, dat was alleen voor de extreme gevallen, toch?) en therapie. Maar ik deed het harde werk. Alles bevragen, dingen uitproberen, lopen, fietsen, schema’s bijhouden, lijstjes maken, lijstjes weggooien, mierzoete Hallmark-films kijken op Netflix, horrorfilms kijken op Netflix, behulpzaam bedoelde apps installeren, behulpzaam bedoelde apps weggooien, lid worden van de sportschool en ook echt gaan (en dan weer even niet en dan weer wel enz.), een piepklein atelier in huis inrichten met hulp van zus & stylist Winnie, filmpjes op YouTube over tiny houses en van life kijken, eindelijk schrijven, een maand een sloep huren om op te wonen, besluiten dat tiny living niks voor mij is, mijn gezin eindelijk de aandacht geven die het verdient — en dat betekent soms net zo goed minder aandacht. Dat deed ik allemaal. En nu zit ik tevreden thuis in mijn atelier. Netflix uit, YouTube uit, alle games behalve één gedeletet en die doe ik op een bepaald ingeruimd tijdstip.

Nu kan ik weer werken. Grootste klus is het publieksboek op basis van mijn proefschrift. Het wordt ontzettend leuk, Nederlandstalig en prettig leesbaar. Het geraamte staat. De eerste twee hoofdstukken zijn zo goed als af. Met mijn proefschrift ben ik nog steeds tevreden, maar ik heb nu meer informatie, meer context en mijn verhaal is beter afgerond. Vorige week zat de nieuwste aanbieding van HarperCollins in mijn brievenbus en het idee dat mijn boek daar volgend jaar in zal staan, is opwindend.

Daarnaast heb ik mezelf getrakteerd op activiteiten die ik mezelf eerder om de een of andere reden niet toestond. Simpele dingen als betere huidverzorging en casual games mogen spelen op mijn telefoon als ontspanning. Maar ook iets groots: een opleiding in textielkunst, een onbedoeld gevolg van de geweldige tweedaagse carrière-workshop door Qia Coaching. Misschien verdien ik ooit wat als textielkunstenaar, waarschijnlijk niet, maar het maakt me niet uit. Het is nu goed genoeg als hobby. Een waar ik meer energie uit krijg dan ik erin stop.

Wat me tenslotte hielp in deze periode, waren de lezingen over mijn proefschrift. Het enthousiasme van de mensen die me uitnodigden was al zo mooi. (Elke Decates van De Wintertuin, Coosje van der Pol van Bibliotheek Midden-Brabant, Femke, Hans & Maaike van de Schrijversvakschool A’dam, bedankt!) Samen met de reacties van het publiek was dat de bevestiging die me het zelfvertrouwen teruggaf dat de grond ingeboord was. Bij de Schrijversvakschool kreeg ik zelfs gejuich toen ik afsloot. Dat geeft een stoot dopamine, ik word er nog steeds blij van. Daardoor realiseerde ik me dat ik wel degelijk goed ben in mijn werk, al kleur ik niet binnen de lijntjes.

Moraal van de burn-out

De belangrijkste les die ik heb geleerd, is hoe ik kan stoppen het gevoel te hebben dat ik me moet verontschuldigen — al dan niet impliciet — voor dingen waar ik blij van word. Ik hou van bepaalde activiteiten die vooral vrouwen leuk vinden, zoals breien. Het gegrinnik als ik dat vertel. Tough shit. Doe er wat mee of niet.

Ooit ben ik me gaan conformeren, omdat ik als onbeholpen, dikke puber doorkreeg dat dat de beste truc was om uitsluiting te voorkomen. Mooi was ik niet, slim was niet genoeg, dus moest er iets anders voor in de plaats komen. Ik leerde mijn Brabantse accent af. Ik ging minder kleurige kleding dragen. Ik zei dat The Shawshank Redemption mijn favoriete film was. Ik gekscheerde dat ik geen meisje-meisje was en dat ik niet van roze hield. Ik ging op dieet. En het werkte. Ik kreeg meer vrienden, een vriendje, werd uitgekozen voor een kamer. Daardoor kon ik meepraten en meedoen. En ik voelde me eindelijk niet meer zo buitengesloten. Dat werkte heel lang best goed. Tot het niet meer werkte, begin dit jaar.

En dankzij mijn gedwongen periode van introspectie mag ik zomaar ineens weer van alles van mezelf. Gister heb ik op mijn roze bank een spelletje gespeeld waarbij ik een huis gezellig kan inrichten als ik punten verdien. Intussen aai ik af en toe over mijn perzikzachte wang, dat komt door mijn allereerste schoonheidsbehandeling. En mijn dochter zegt sinds kort ‘benejuh’, ‘joh’ en ‘keileuk’. Wel met een Gooisch accent.

Ik wist uiteraard allang, rationeel gezien, dat ik me niet hoef te verontschuldigen voor wie ik ben. Ik ben een vrouw, dus zogenaamd emotioneler (ik zal niet de mannen noemen die heel boos op mij zijn geworden het afgelopen jaar, zonder een rationeel gesprek aan te gaan), maar ik probeerde werkelijk alles op ratio te doen. Rationeel gezien was er niks aan de hand en toch brandde ik op. Rara, hoe kan dat? Dat was het gat tussen weten en voelen. Het verschil is, als ik nu zeg dat het me niet meer uitmaakt wat iemand vindt van mijn voorkeuren, dan meen ik het. Ik voel het. Ik ben al jaren bezig met het onderuithalen van stereotypen over vrouwen en vrouwelijkheid met de computer, maar had me niet gerealiseerd waarom. Ik wilde toestemming om te doen wat ik zelf wil. Stereotypen geven onnodige ballast en ze draaiden mij tijdelijk de nek om. Nu ben ik klaar om hen weer de nek om te draaien.

Het is gelukt. Ik heb een verhaal gemaakt van het afgelopen jaar. Ik ben terug. Hoi allemaal.

Toegift 1

Mijn échte favoriete films zijn:

  1. Drama: The Hours, wat een acteerwerk van Streep, Kidman en Moore, wat een sterke uitwerking van grootse thema’s. Streep die schijnbaar onwillekeurig een inzinking krijgt in de keuken als de ex-vriend van haar geliefde Richard na jaren plotseling op de stoep staat. Die scène is Show, don’t tell op zijn sterkst. De uitbarsting van Kidman (als Virginia Woolf) op het treinstation. Het voorzichtig hoopvolle einde.
  2. Komedie: Sense and Sensibility uit 1995. Scenarioschrijver Emma Thompson heeft het meest geweldige gevoel voor humor – zie ook haar briljante acceptatiespeech voor beste scenario bij de Golden Globes – en regisseur Ang Lee speelt daarmee in de beeldvoering. We zien van bovenaf Eleanor moedeloos neerzijgen op de trap om een slok te nemen van een tevergeefs aangeboden kop thee, terwijl haar moeder en zussen zich alle drie huilend op hun kamer hebben opgesloten. Zonder dat je haar gezicht ziet, weet je hoe ze zich voelt. Magnifiek, ik lach elke keer weer hardop bij deze scène.

Toegift 2

Aan mijn ateliermuur hangen schilderijen. Een foto van Iris Apfel, tekeningen van mijn dochter, borduursels van mijn moeder, een borduurring met bloemetjes en de tekst You are enough van Inner Grandma Crafts. En een stripverhaaltje uit The Snooty Bookshop van Tom Gauld. Stiefmoeder kijkt in de magische spiegel en vraagt wie de mooiste van het land is.
De spiegel zegt: “Jij bent mooi, maar je stiefdochter nog duizendmaal mooier.”
Zegt de stiefmoeder: “Ach, dat is het leven, zullen we maar zeggen. Heb jij mijn borduurwerkje ergens gezien?”
“Op de bank.”
“Bedankt.”
En ze loopt weg.