cataloguspaginas van Dit is geen vrouwenboek

De geboorte van een boek

Lezers geloven best dat een vrouw goed kan schrijven. Maar aan het eind van de rit wordt een bekende auteur minder literair gevonden als ze een vrouw is. Waarom dat is, kun je vanaf 15 september lezen in mijn eerste officieel uitgegeven boek: Dit is geen vrouwenboek. Het voelt als de culminatie van alles wat ik in mijn volwassen leven gedaan heb. Tijd voor een terugblik (en een voorproefje).

Om de een of andere reden heb ik altijd gedacht dat ik een carrière moet kiezen en dan daarbij hoor te blijven. Dat ligt echter niet in mijn aard. Ik wil altijd dingen leren, nieuwe dingen doen. Dat kan natuurlijk binnen een enkel vak, maar ik vind het heerlijk om juist veel verschillende kwaliteiten te ontwikkelen, een brede kennis op te doen.

Zo klinkt dat mooi, maar als 17-jarige dacht ik gewoon dat ik slecht kon kiezen. Ik startte aan de Katholieke Universiteit Brabant met een multidisciplinaire studie die toen Taal, Informatie en Communicatie heette. Dan kon ik de keuze nog even uitstellen. Na een jaar moest het dan toch, en het werd Taal & Kunstmatige Intelligentie. De belangrijkste redenen? Ik dacht dat ik er goed in zou zijn, dat het praktisch zou zijn. En: mijn beste vriendin ging die studie doen. Zo simpel is het leven soms.

Ik ben geen opschepper, maar ik was er inderdaad goed in. Regelmatigheden uitpluizen, categoriseren, rekenen met taal, dat leunde allemaal op mijn sterke kanten. Ik studeerde op mijn eenentwintigste cum laude af. Ik zag mezelf alleen niet werken in die hoek. Dus ging ik heel wat anders doen, ik werd communicatiemedewerker. Dat heb ik een paar jaar gedaan, maar ik miste iets. Toen werd ik ernstig ziek en besloot ik dat ik wat anders ging doen.

Dus ging ik weer studeren — dat kon toen nog op een betaalbare manier. Een bachelor literatuurwetenschap met een minor in gender studies in Utrecht en een master Book & Digital Media Studies in Leiden. Ik bleef ernaast werken als communicatiemedewerker. En alles ging prima. Mijn vader verzuchtte: als jij toch eens van studeren je werk kon maken. Toen dacht ik, dat kan best! Ik word wetenschapper! Ik zag wel dat de wetenschap geen gezonde werkomgeving was, maar ik zei stoer tegen een vriendin, die later bij hetzelfde instituut terecht zou komen als ik: “Wij gaan gewoon de academische wereld veranderen!”

Het duurde even, maar ik vond een promotieplek op het snijvlak van al mijn disciplines. En alles ging nog steeds goed. Ik promoveerde, dat was een groot succes, ik kreeg een onderzoeksplaats en ging vrolijk verder. Maar mijn stoere idee van het veranderen van de academische wereld bleek te optimistisch en in 2019 was het klaar met mijn wetenschappelijke carrière. De simpele uitleg: je hoort bepaalde regels te volgen, dat deed ik (voor het eerst in mijn leven) niet. En kreeg de klep op mijn neus.

Ik kleurde voor het eerst buiten de lijntjes, omdat ik geloof dat wetenschap niet zou moeten gaan om zo veel mogelijk academische artikelen uitspugen en onvruchtbare pogingen doen om geld binnen te harken. Ik wil onderzoek doen dat een effect heeft, dat zichtbaar is in de samenleving. Dat misschien verandering kan bewerkstelligen. Met onderzoek naar ziektes is het evident wat de mogelijke opbrengst is, maar met theoretisch onderzoek vind ik dat je moet zorgen dat het terugkomt naar de discipline die je onderzoekt.

Dus besteedde ik de meeste tijd aan het onderzoek zelf, studenten, en de samenleving opzoeken. Meer dan aan wetenschappelijke artikelen en voorstellen voor onderzoek schrijven. Ik ben in de waan gelaten dat het desalniettemin goed zou komen. Ik wilde daar bovendien te graag in geloven. En toen kwam het niet goed. Daar ben ik behoorlijk ondersteboven van geweest, tot en met een burn-out aan toe.

Ik zat op de bodem van de put. Denk: uithuilend in een wolwinkel, omdat ik een klik had met een van de medewerkers en zij toevallig die dag werkte. Ze is nu een vriendin van me, dus het heeft haar blijkbaar niet afgeschrikt. Het was niet mooi. En het ging ook niet snel beter. Het was keihard vechten om er bovenop te komen.

Rond september vorig jaar ging het goed genoeg om naar mijn redacteur Lisanne te stappen en te zeggen: ik ga het nu doen. Ik ga dat boek schrijven waar jij me voor gecontracteerd hebt. Waar alles samenkomt wat ik heb gedaan vanaf het begin van mijn carrière. Alles wat eerst leek als een ratjetoe, niet kunnen kiezen, toevalligheden en soms pech, maar die uiteindelijk maken wie ik ben: schrijven, lezen, nieuwsgierig zijn en onderzoek doen.

Maar ook dat ging niet gemakkelijk. Ik heb het schrijven van een boek schromelijk onderschat. Ik kan prima artikelen produceren, maar een berg wetenschappelijk onderzoek omtoveren tot een lekker leesbaar boek is een heel ander verhaal. Bovendien bleek dat ik al het gedoe dat ik de afgelopen jaren had meegemaakt — ook buiten werk — toch nog niet helemaal achter me had gelaten. Het schrijven kostte dus veel meer tijd en moeite dan ik had verwacht (al valt negen maanden achteraf gezien best mee). Maar: het eindresultaat is ernaar.

En nu zit ik, bijna een jaar na de start van Dit is geen vrouwenboek, eindelijk te kijken naar de catalogusaankondiging en de uitnodiging die HarperCollins Holland heeft rondgestuurd voor mijn boekpresentatie. Het is zo ver! Vijftien september 2020 ben ik officieel een Gepubliceerd Auteur.

En ik ben simpelweg trots, ook op de ontwikkeling die ik heb doorgemaakt na mijn promotie. Dit is geen vrouwenboek is geen aanklacht – wat mijn proefschrift nog wel was. Mede door nieuwe lezersonderzoeken heb ik een completer beeld dan twee jaar geleden. Het is een nieuwsgierig onderzoek geworden naar de oorzaak van genderverschillen in de literaire wereld. Hoe kan het, dat als we niet geloven dat vrouwen slecht schrijven, vrouwen toch uiteindelijk veel minder vaak als Groots gezien worden? Het is geen ‘ik ontmantel het patriarchaat!’ of: ‘literaire kwaliteit moet de deur uit!’-boek. Het is een zoektocht naar wat oordelen van literaire kwaliteit inhouden en wat die te maken hebben met gender. Dit is geen vrouwenboek is daardoor een boek voor de nieuwsgierige lezer geworden, de lezer die kritisch durft te zijn, die openstaat om te leren. Ik hoop dat jullie ervan genieten en me laten weten wat jullie ervan denken.

Meer